Poepchinees (bron: Van Dale Lexicografie)

ingevoerd op 9-8-2008

Zo met de start van de Olympische Spelen is het goed om eens stil te staan bij de Chinees in de Nederlandse taal.
Zo gaan we sinds ongeveer 1960 en masse naar de chinees. Daarvoor hoeven we niet ver te reizen, want met een kleine letter is chinees de aanduiding voor een restaurant, wat trouwens in de praktijk vaak een Chinees-Indisch restaurant blijkt te zijn. We begeven ons naar ‘Tong Ah’ of ‘De Lange Muur’ en eten daar tjaptjoi, foeyonghai en golauyoek, woorden die allemaal Van Dale hebben gehaald. Of we nemen ons bakje mee naar huis, en spreken dan opeens van een afhaalchinees of van een meeneemchinees, als we in Vlaanderen wonen.


Maar chinezen doen we bijna allemaal. Ook als we onverhoopt eens geen trek hebben, want chinezen kan ook betekenen ‘heroïne of cocaïnebase op aluminium verhitten om de damp door een pijpje te inhaleren’. Blijkbaar worden drugs nog steeds geassocieerd met het Hemelse Rijk, waar in de 19e eeuw door de Britten al twee Opiumoorlogen werden uitgevochten. Overigens ter bescherming van hun eigen opiumhandel.

Al ver voor de restauranthouders kwamen er trouwens Chinezen naar ons land. Die waren vaak straatarm en verkochten warm water of pindalekkernijen. Zo ontstond de nu vrijwel vergeten uitdrukking ‘een rare waterchinees’. En ook het niet zo aardige rijmpje ‘inda-pinda-poepchinees’. Volgens Van Dale is poepchinees een ‘goedmoedig scheldwoord’. Er zijn er die om minder in toorn ontsteken.
Olympische Spelen in China Olympische Spelen in China